


|
De Texelaar. De Texelaar, waarvan de
blauwe tot de zeldzame rassen gerekend wordt, behoort tot het de beste
vleesschaap ter wereld. Helaas hoort bij deze goede vleeseigenschappen
maar een matige vruchtbaarheid, zodat vaak maar 1 of 2 lammeren geboren
worden. De Texelaar he eft
een vrij gedrongen bouw en een bredere kop. Hij heeft geen horens. De
kop heeft fijn wit haar. Hij heeft sterke lendenen en ronde, gevulde
dijen. De bewolling strekt zich uit over de gehele romp tot aan de keel.
De voorpoten moeten flink bewold zijn, minimaal tot het midden van de
"onderarm" en aan de achterpoten minstens tot het midden van de
schenkel. Ook de staart is bewold.
Ooien kunnen een gewicht van 70 à 80 kilogram bereiken bij een
schofthoogte van circa 68 centimeter. De rammen bereiken zelfs een
gewicht van 90 kilogram en een schofthoogte van 70 centimeter. De
wolopbrengst bedraagt ongeveer 4 à 5 kilogram, er wordt één keer per
jaar in de voorzomer geschoren. Ze lammeren niet
gemakkelijk af.
De Dassekop.
De
Dassekop is een Texelaar die door hobby uit blauwe Texelaars is
gefokt en slaat dus door zijn naam eigenlijk op de aftekening. De rest
is hetzelfde als de Texelaar.
Op de foto rechts ziet u de
dassekop, blauwe texelaar en dan de witte texelaar.
Het walliser
schwarznase schaap.
De Walliser Schwarznase (WSN) wordt voor het eerst in de vijftiende
eeuw genoemd als een zwartneusschaap uit het Visperdal (in Wallis,
Zwitserland). In elke dorp van het Visperdal zijn er nu WSN fokkers.
De WSN is een groot, gehard en sterk schaap met sterke poten/klauwen
welke zich kan handhaven in moeilijke omstandigheden.
Het karakter van de WSN is bijzonder: ze zijn rustig, nieuwsgierig,
heel gemoedelijk en aanhankelijk. In ons land kun je, vanwege dit
karakter, de WSN juist zien op kinder- en zorgboerderijen. Het zijn
net “teddyberen”, ook omdat ze zo aaibaar zijn. Ze zijn heel
honkvast waardoor weinig afrastering nodig is.
Binnen de kudde hebben de oudere ooien de leiding; het zijn kudde
dieren die meestal dicht bij elkaar blijven.
De WSN is vrij laat vruchtbaar, maar is
ook het gehele jaar bronstig. De draagtijd is ca. 150 dagen, waarna
ze gemakkelijk aflammert met gemiddeld 1,6 lammeren per worp
Zowel de rammen als de ooien hebben
gedraaide hoorns, alleen de vorm is anders.

|