


|
De Toggenburger geit.

De toggenburger is afkomstig uit Zwitserland en is vanwege zijn
melkgevende eigenschappen naar diverse landen geëxporteerd. De
toggenburger is een sobere melkgeit. Dat wil zeggen dat ze met relatief
weinig voedsel een zeer behoorlijke melkproductie hebben Gemiddeld
geven ze 3 liter melk per dag gedurende een periode van 300 dagen. De
toggenburger wordt gekenmerkt door de uitstekende uierkwaliteit. Door
het rustige karakter zijn ze eenvoudig te houden, in zowel kleine als
grote groepen.
De dwerg geit.
Dwerggeiten
komen oorspronkelijk uit West-Afrika. Rond 1960 werden ze naar Nederland
gehaald. Dwerggeiten zijn echt kudde dieren.
Dwerggeiten zijn hele nieuwsgierige dieren en worden dan ook vaak
gehouden op een kinderboerderij, tevens zijn ze erg slim en een goede
afrastering om het weiland is dan ook noodzaak.
De
bonte geit.
Ruim 100 Jaar geleden was de bonte geit klein van stuk en gevarieerd van
kleur. Nu is het een hoog benige melkgeit, zwart of bruinbont met scherp
afgetekende vlekken. De kleuren moeten in een juiste verhouding over het
dier verdeeld zijn, dat wil zeggen evenveel zwart als wit. Het zijn
rustige en aanhankelijke geiten.
De wallische geit.

Van alle geiten is de Wallische Schwarzhals Ziege, zoals het dier in
Zwitserland heet, misschien wel de meest behaarde. Hoe langer het
haarkleed hoe mooier, vinden de fokkers. Maar het meest opmerkelijke
is wel de scherpe scheiding tussen zwart en wit, die in het ideale geval
precies over midden van het lichaam loopt. Ook de horens mogen er
wezen. Ze zijn iets gedraaid en hebben een scherpe voorkant. Dezelfde
vacht die het dier zoveel aanzien geeft, bezorgt de eigenaren wel wat
extra werk. Zo’n drie keer per jaar moet de kam erdoor heen om alle
klitten eruit te halen. Anders gaat de vacht vervilten en dat is niet de
bedoeling. In Nederland komt de Wallische geit weinig voor.
|