


|
De ezel.
De
ezel (Equus africanus asinus) is lid van de familie van
paardachtigen
en heeft als kenmerken lange oren, een pluim aan
het
eind van de staart, en een groot uithoudingsvermogenDoor
de eeuwen heen zijn er verschillende ezelrassen ontstaan. De
verschillende rassen zijn ontstaan door selectie door de mens. De mens
selecteert dan de dieren met de gunstigste eigenschappen en fokt daarmee
door. Ook zijn er verschillende rassen ontstaan door de verschillende
klimaten en het verschil in werk en leefomstandigheden van de ezels. In
Nederland zie je vaak kruisingen van alles en nog wat. De ezels zijn
alle kleuren en vertonen niet echt eigenschappen van een bepaald ras.Ezels
kunnen verschillende kleuren hebben. De meest voorkomende kleur is
natuurlijk grijs. De kleur grijs kan voorkomen in verschillende
schakeringen. Er zijn ook veel bruine ezels. Ezels kunnen ook zwart, wit
en bont zijn. Zeldzaam zijn voskleurige ezels. Bij de grijze en bruine
ezeltjes is het schouderkruis het duidelijkst getekend. Bij lichter
gekleurde ezels is het schouderkruis minder goed te zien en bij zwarte
ezels zie je het helemaal niet. Witte en bonte ezels hebben helemaal
geen schouderkruis. Witte ezels hebben geen zichtbare aftekeningen.
De Poitou ezel.
De Poitou-ezel (ook wel Baudet du Poitou of Franse Reuzenezel
genoemd) is één van de grootste
ezelrassen.
Ook is dit één van de oudste en zuiverste ezelrassen. Ze zijn, naast hun
grootte, opvallend door hun vaak lange vervilte
vacht.
De geschiedenis van de Poitou-ezel gaat terug tot in de tijd van de
Romeinen.
Het stamboek is ontstaan in 1884. Tegenwoordig is de Poitou-ezel ook in
zijn vaderland Frankrijk een zeldzaam ras geworden. In 1977 waren er
wereldwijd nog maar 44 Poitou-ezels over. Dankzij het op tijd ingrijpen
van fokkers waren dit er in 2004 wereldwijd alweer 400.
De Poitou-ezel heeft een bruine
(soms
zwarte)
vacht. Deze vacht is zo sterk in het ras gefokt dat zelfs een dier
met een achtste deel Poitou-bloed nog sporen vertoont van de typische
Poitou-vacht. Het opvallendste aan zijn vacht zijn de lange haren, die
de neiging hebben tot vervilten. Het
hoofd
is groot, met lange oren, volledig bedekt met lange haren. Rondom de
ogen zitten grijswitte kringen en ook de neus is grijswit. De benen zijn
zwaar en sterk, eveneens met lange beharing die vaak tot over de grote
hoeven
valt. Mannelijke dieren zijn groter dan vrouwelijke: de minimale
stokmaat
bedraagt zo'n 1.31 meter, de maximale stokmaat kan oplopen tot 1.56
meter.
|